Filter Resultaten

  • Bron
    • Sdu Commentaar (783)
  • Rechtsgebied
    • Ondernemingsrecht (782)
      • Financieel en economisch recht (1)
      • Insolventierecht (1)
        • Faillissement (1)
      • Ondernemingspraktijk (780)
        • Fusies en overnames (22)
        • Stichtingen en verenigingen (3)
        • Vennootschapsrecht (25)
  • datum
    • 2017 (648)
      • januari (3)
      • februari (48)
      • maart (14)
      • april (10)
      • mei (90)
      • juni (62)
      • juli (47)
      • augustus (23)
      • september (18)
      • oktober (333)
    • 2016 (3)
      • december (3)
    • 2015 (126)
      • februari (1)
      • maart (11)
      • april (7)
      • mei (37)
      • juni (39)
      • juli (29)
      • augustus (2)
    • 2013 (3)
      • mei (1)
      • augustus (2)
    • 2011 (1)
      • februari (1)
    • 2010 (2)
      • maart (1)
      • november (1)
 pagina 1 van 40  Ga naar de volgende pagina  40
sorteer op : relevantie - datum
Toevoegen aan mijn selectie
01

Burgerlijk Wetboek Boek 2 art. 380d (Ondernemingsrecht)
C: Kernproblematiek Deze opgaaf was tot de aanpassing van de wetgeving aan Richtlijn 2013/34/EU voorgeschreven voor vermelding in de aan de jaarrekening en bestuursverslag toe te voegen overige gegevens, ofschoon ook in aan deze richtlijn

02

Burgerlijk Wetboek Boek 2 art. 380a (Ondernemingsrecht)
C: Kernproblematiek 1 Niet in de jaarrekening verwerkte gebeurtenissen Voor de aanpassing aan de uitvoeringswet Richtlijn 2013/34/EU was er duidelijk onderscheid tussen gebeurtenissen na de balansdatum met oorzaken voor en op de balansdatum én die na

03

Burgerlijk Wetboek Boek 2 art. 380c (Ondernemingsrecht)
C: Kernproblematiek Het in artikel 2:380c BW voorgeschrevene moest in de Wet op de jaarrekening van ondernemingen (WJO), vanaf 1976, in Titel 6 Boek 2 BW, tot 1984 in de toelichting van de jaarrekening worden vermeld; het voorschrift was opgenomen in

04

Burgerlijk Wetboek Boek 2 art. 395a (Ondernemingsrecht)
C: Kernproblematiek C.1: Toepassingsbereik Om gebruik te mogen maken van de in dit artikel gegeven verlichtingen en vereenvoudigingen moet een rechtspersoon op twee opeenvolgende balansdata voldoen aan twee van de drie in het eerste lid genoemde

05

Burgerlijk Wetboek Boek 2 art. 380b (Ondernemingsrecht)
C: Kernproblematiek Het in dit artikel voorgeschreven is ontleend aan artikel 5 van Richtlijn 2013/34/EU, waarin deze verplichting in de Nederlandse richtlijntekst is aangeduid als Algemene rapporteringstermijnsverplichting (in de Franse tekst:

06

Burgerlijk Wetboek Boek 2 art. 392a (Ondernemingsrecht)
C: Kernproblematiek C.1: Toepassingsgebied en Besluit  Dit wetsvoorstel is gebaseerd op artikelen 41-47 Richtlijn 2013/34/EU. Het gaat in deze richtlijn om kapitaalvennootschapen die actief zijn in de winningsindustrie resp. houtkap van overbossen.

07

Wet op de ondernemingsraden art. 26 (Ondernemingsrecht)
C: Kernproblematiek C.1: Beroepsprocedure Beroep bij de Ondernemingskamer van het Hof Amsterdam is mogelijk indien: (a) de ondernemer een besluit ( artikel 25 lid 5 WOR ) neemt dat afwijkt van het advies van de ondernemingsraad of (b) wanneer feiten

08

Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering art. 474c (Ondernemingsrecht)
C: Kernproblematiek C.1: Aandelen op naam in een naamloze of besloten vennootschap De eerste afdeling B van titel 2 regelt de executoriale beslaglegging op en de executie van aandelen op naam in naamloze of besloten vennootschappen. Langs de weg van

09

Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering art. 474i (Ondernemingsrecht)
C: Kernproblematiek C.1: Reële executie Degene die krachtens rechterlijke of andere voor executie vatbare uitspraak eigendomsrechten heeft verkregen op aandelen op naam (en andere effecten en rechten waarop afdeling 1B van toepassing is), kan met

10

Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering art. 474e (Ondernemingsrecht)
C: Kernproblematiek C.1: Strekking Het artikel stelt zeker dat een eventueel handelen in strijd met het beslag niet ten nadele van de executant kan geschieden. Hier is, gelijk ook op andere plaatsen, sprake van de blokkerende werking van het beslag

11

Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering art. 474g (Ondernemingsrecht)
C: Kernproblematiek C.1: Regeling van de executoriale verkoop De executoriale verkoop van aandelen, effecten en alle rechten die niet elders zijn geregeld (de afdeling 1B heeft immers een ruimer toepassingsbereik dan de titel van de afdeling aangeeft

12

Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering art. 474f (Ondernemingsrecht)
C: Kernproblematiek C.1: Al bestaande rechten op de aandelen Nadat het beslag is gelegd, dient de vennootschap binnen acht dagen de deurwaarder opgaaf te doen welke rechten er al op de aandelen liggen met de namen en woonplaatsen (waarschijnlijk zal

13

Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering art. 474d (Ondernemingsrecht)
C: Kernproblematiek C.1: Mededelen en betekenen Eigenlijk nog dezelfde dag dat hij het beslag op de aandelen op naam in een naamloze of besloten vennootschap heeft gelegd, moet de deurwaarder dit beslag mededelen aan de geëxecuteerde/aandeelhouder.

14

Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering art. 474aa (Ondernemingsrecht)
C: Kernproblematiek C.1: Inleiding Artikel 474aa Rv geeft een regeling voor de executie van rechten op naam, waarvoor geen specifieke bepaling in de wet is opgenomen. C.2: Executie van aandelen en effecten op naam Lid 1 van artikel 474aa Rv regelt de

15

Handelsnaamwet art. 6 (Ondernemingsrecht)
C: Kernproblematiek C.1: Bijzondere procedure Het artikel geeft aan de belanghebbende de mogelijkheid om een geschil op grond van de Handelsnaamwet voor de kantonrechter te brengen, onverminderd de gewone dagvaardingsprocedure of een procedure bij de

16

Handelsnaamwet art. 5 (Ondernemingsrecht)
C: Kernproblematiek C.1: Algemeen Dit artikel bevat de essentie van het handelsnaamrecht. Het verbiedt het voeren van een jongere handelsnaam indien daardoor verwarring met een oudere handelsnaam te duchten is. Daarbij kan een aantal in de wet

17

Handelsnaamwet art. 5b (Ondernemingsrecht)
C: Kernproblematiek Blijkens de wetsgeschiedenis vindt het artikel zijn oorsprong in de wens om misleiding door het creëren van een met de werkelijkheid strokend (met name: te groots) imago tegen te gaan. 1 HR 24 januari 1986, BIE 1986, p. 308; en HR

18

Wet vrijwillige zetelverplaatsing derde landen art. 1 (Ondernemingsrecht)
C: Kernproblematiek C.1: Zetelverplaatsing naar buiten het Koninkrijk Slechts de NV, BV, coöperatie, onderlinge waarborgmaatschappij en stichting kunnen hun zetel in tijden van nood verplaatsen naar een plaats buiten het Koninkrijk. Daarmee bestaat

19

Wet vrijwillige zetelverplaatsing derde landen 3, 6 (Ondernemingsrecht)
C: Kernproblematiek C.1: Bevoegdheid tot nemen of intrekken besluit tot zetelverplaatsing Het bestuur van de rechtspersoon is bevoegd tot het nemen van een besluit tot zetelverplaatsing. Het bestuur kan echter ook een ander aanwijzen die bevoegd is

20

Rijkswet zetelverplaatsing door de overheid van rechtspersonen en instellingen 1 t/m 5 (Ondernemingsrecht)
C: Kernproblematiek C.1: Zetelverplaatsing door de overheid binnen het Koninkrijk Op grond van deze Rijkswet Zetelverplaatsing door Overheid kan de overheid (ministers van Justitie en Financiën) besluiten de zetel van een rechtspersoon of ander

 pagina 1 van 40  Ga naar de volgende pagina  40