Filter Resultaten

  • Bron
    • Sdu Commentaar (235)
  • Rechtsgebied
    • Personen- en familierecht (235)
      • Erfrecht (235)
  • datum
    • 2017 (1)
      • maart (1)
    • 2016 (232)
      • augustus (109)
      • september (18)
      • november (94)
      • december (11)
 pagina 1 van 12  Ga naar de volgende pagina  12
sorteer op : relevantie - datum
Toevoegen aan mijn selectie
01

Burgerlijk Wetboek Boek 4 art. 195 t/m 197 (Erfrecht)
C: Kernproblematiek C.1: Art. 4:195 lid 1 BW: alle erfgenamen zijn vereffenaar Wanneer een nalatenschap door een of meer erfgenamen beneficiair is aanvaard en zij uit dien hoofde overeenkomstig afdeling 4.6.3 worden vereffend, dan zijn alle

02

Burgerlijk Wetboek Boek 4 art. 194a (Erfrecht)
C: Kernproblematiek Naar aanleiding van het rapport “Erven zonder (financiële) zorgen” van de Radboud Universiteit en Netwerk Notarissen, heeft de Staatssecretaris van Justitie aanleiding gezien om, in het kader van een overweging om het huidige

03

Burgerlijk Wetboek Boek 4 194, 194a (Erfrecht)
C: Kernproblematiek C.1: Onbekende uiterste wil (lid 1) De wet komt in artikel 4:194 BW een erfgenaam die zuiver heeft aanvaard, tegemoet indien deze door een later bekend geworden uiterste wil of feit wordt benadeeld. Deze benadeling moet dan

04

Verordening (EU) Nr. 650/2012 betreffende de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen en de aanvaarding en de tenuitvoerlegging van authentieke akten op het gebied van erfopvolging, alsmede betreffende de instelling van een Europese erfrechtverklaring art. 8 (Erfrecht)
C: Kernproblematiek Er is een aantal lidstaten waar na een overlijden van rechtswege een rechterlijke procedure wordt ingeleid, waarin de nalatenschap wordt afgewikkeld. Deze procedure dient echter ingevolge artikel 8 ErfVo door de rechter van

05

Verordening (EU) Nr. 650/2012 betreffende de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen en de aanvaarding en de tenuitvoerlegging van authentieke akten op het gebied van erfopvolging, alsmede betreffende de instelling van een Europese erfrechtverklaring art. 12 (Erfrecht)
C: Kernproblematiek Op grond van artikel 12 ErfVo kan de aangezochte lidstaatrechter de procedure inzake de erfopvol-ging, en daarmee de reikwijdte van zijn beslissing, beperken. Uitgangspunt van de ErfVo is dat de bevoegdheid van de rechter zich –

06

Verordening (EU) Nr. 650/2012 betreffende de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen en de aanvaarding en de tenuitvoerlegging van authentieke akten op het gebied van erfopvolging, alsmede betreffende de instelling van een Europese erfrechtverklaring art. 6 (Erfrecht)
C: Kernproblematiek Artikel 6 ErfVo biedt de rechter van erflaters laatste gewone verblijfplaats, aan wie op grond van de hoofdregel uit artikel 4 ErfVo bevoegdheid ter zake van de erfopvolging toekomt, twee gronden om zich desalniettemin onbevoegd

07

Verordening (EU) Nr. 650/2012 betreffende de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen en de aanvaarding en de tenuitvoerlegging van authentieke akten op het gebied van erfopvolging, alsmede betreffende de instelling van een Europese erfrechtverklaring art. 5 t/m 9 (Erfrecht)
C: Kernproblematiek Artikel 5 lid 1 ErfVo staat het de erfgenamen toe onder bepaalde voorwaarden een forumkeuze uit te brengen en zo zelf de rechter aan te wijzen die bevoegd is te oordelen over de erfopvolging. Daarbij kan echter niet voor de

08

Verordening (EU) Nr. 650/2012 betreffende de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen en de aanvaarding en de tenuitvoerlegging van authentieke akten op het gebied van erfopvolging, alsmede betreffende de instelling van een Europese erfrechtverklaring art. 13 (Erfrecht)
C: Kernproblematiek Artikel 13 ErfVo voorziet in een extra bevoegdheidsgrond ter zake van het in ontvangst nemen van verklaringen omtrent (beneficiaire) aanvaarding en verwerping van de nalatenschap. Naast de lid-staatrechter die ingevolge artikel 4-

09

Verordening (EU) Nr. 650/2012 betreffende de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen en de aanvaarding en de tenuitvoerlegging van authentieke akten op het gebied van erfopvolging, alsmede betreffende de instelling van een Europese erfrechtverklaring art. 9 (Erfrecht)
C: Kernproblematiek Artikel 9 ErfVo opent de mogelijkheid voor de rechter om in een zeer specifieke situatie bevoegdheid aan te nemen op grond van een stilzwijgende forumkeuze. Het gaat hierbij om de rechter die bevoegdheid uitoefent op grond van

10

Verordening (EU) Nr. 650/2012 betreffende de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen en de aanvaarding en de tenuitvoerlegging van authentieke akten op het gebied van erfopvolging, alsmede betreffende de instelling van een Europese erfrechtverklaring art. 14 t/m 19 (Erfrecht)
C: Kernproblematiek C.1: Tijdstip aanhangigheid en toetsing van bevoegdheid en ontvankelijkheid Artikel 14 ErfVo onderscheidt drie tijdstippen waarop een zaak voor de toepassing van de ErfVo geacht wordt bij de rechter aanhangig te zijn gemaakt. Dit

11

Verordening (EU) Nr. 650/2012 betreffende de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen en de aanvaarding en de tenuitvoerlegging van authentieke akten op het gebied van erfopvolging, alsmede betreffende de instelling van een Europese erfrechtverklaring art. 10 (Erfrecht)
C: Kernproblematiek C.1: Subsidiaire bevoegdheid ten aanzien van gehele erfopvolging (artikel 10 lid 1 ErfVo) Is de laatste gewone verblijfplaats van de erflater buiten de EU gelegen, dan leidt toepassing van artikel 4 ErfVo niet tot een bevoegde

12

Verordening (EU) Nr. 650/2012 betreffende de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen en de aanvaarding en de tenuitvoerlegging van authentieke akten op het gebied van erfopvolging, alsmede betreffende de instelling van een Europese erfrechtverklaring art. 0 (Erfrecht)
C: Kernproblematiek Preambule Erfrechtverordening Artikel 0 HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE, Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 81, lid 2, Gezien het voorstel van de Europese

13

Verordening (EU) Nr. 650/2012 betreffende de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen en de aanvaarding en de tenuitvoerlegging van authentieke akten op het gebied van erfopvolging, alsmede betreffende de instelling van een Europese erfrechtverklaring art. 4 (Erfrecht)
C: Kernproblematiek C.1: Hoofdregel van rechtsmacht Voor de bevoegdheid van de rechter sluit de verordening aan bij de laatste gewone verblijfplaats van de erflater (artikel 4 ErfVo). Er is voor aansluiting bij de gewone verblijfplaats gekozen, omdat

14

Verordening (EU) Nr. 650/2012 betreffende de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen en de aanvaarding en de tenuitvoerlegging van authentieke akten op het gebied van erfopvolging, alsmede betreffende de instelling van een Europese erfrechtverklaring art. 7 (Erfrecht)
C: Kernproblematiek Dienen artikel 5 en 6 ErfVo de Gleichlauf door bevoegdheid weg te nemen bij de rechter wiens recht niet op de erfopvolging van toepassing is, artikel 7 ErfVo verleent juist bevoegdheid aan de lidstaatrecht van het gekozen recht.

15

Verordening (EU) Nr. 650/2012 betreffende de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen en de aanvaarding en de tenuitvoerlegging van authentieke akten op het gebied van erfopvolging, alsmede betreffende de instelling van een Europese erfrechtverklaring art. 11 (Erfrecht)
C: Kernproblematiek Is geen enkele rechter op basis van de ErfVo bevoegd ten aanzien van de erfopvolging, dan kan een lidstaatrechter daarover bij wijze van uitzondering op grond van artikel 11 ErfVo toch uitspraak doen, indien van partijen niet kan

16

Burgerlijk Wetboek Boek 4 art. 62 (Erfrecht)
C: Kernproblematiek C.1: Vernietigbaarheid De sanctie op het overtreden van het verbod is vernietigbaarheid. In verband hiermee is het vreemd dat de artikelen 4:57 tot en met 4:61 BW aangeven dat de daar bedoelde personen geen voordeel ‘kunnen’

17

Burgerlijk Wetboek Boek 4 art. 133 (Erfrecht)
C: Kernproblematiek De erfgenaam of legataris op wie een testamentaire last rust, verkrijgt een voorwaardelijk recht, namelijk onder de ontbindende voorwaarde van vervallenverklaring ( art. 4:131 lid 1 BW ). Hiervan moet men de situatie onderscheiden

18

Burgerlijk Wetboek Boek 4 art. 34 (Erfrecht)
C: Kernproblematiek C.1: Niet-toereikende nalatenschap C.1.1: Inkorting van giften (lid 1) Inkorting van de daarvoor vatbare giften komt pas aan de orde als de nalatenschap niet toereikend is om de verzorgingsaanspraak van de echtgenoot op grond van

19

Burgerlijk Wetboek Boek 4 art. 163 (Erfrecht)
C: Kernproblematiek De bewindvoerder die toerekenbaar tekortschiet in de zorg van een goed bewindvoerder, is jegens de rechthebbende aansprakelijk. Deze bepaling stemt overeen met artikel 1:444 BW (aansprakelijkheid van de bewindvoerder in een

20

Burgerlijk Wetboek Boek 4 art. 33 (Erfrecht)
C: Kernproblematiek C.1: Terminologie rechthebbende/hoofdgerechtigde Er wordt over rechthebbenden gesproken in de situatie waarbij het vruchtgebruik nog niet is gevestigd (artikel 4:33 leden 2a, 3 en 4 BW). In dat geval worden alle rechthebbenden in

 pagina 1 van 12  Ga naar de volgende pagina  12