Filter Resultaten

  • Bron
    • Sdu Commentaar (580)
  • Rechtsgebied
    • Civiel algemeen (3)
    • Goederen- en verbintenissenrecht (36)
      • Contracten, schade en aansprakelijkheid (36)
        • Verbintenissenrecht (36)
    • Personen- en familierecht (413)
      • Echtscheiding (124)
      • Jeugdrecht (150)
      • Personenrecht (217)
  • datum
    • 2017 (13)
      • januari (8)
      • februari (2)
      • april (2)
      • juni (1)
    • 2016 (169)
      • januari (62)
      • februari (8)
      • maart (15)
      • april (18)
      • mei (2)
      • juni (3)
      • juli (3)
      • augustus (16)
      • september (7)
      • oktober (2)
      • november (30)
      • december (3)
    • 2015 (136)
      • februari (34)
      • maart (24)
      • april (15)
      • mei (1)
      • juli (11)
      • augustus (20)
      • september (4)
      • oktober (27)
    • 2014 (191)
      • februari (17)
      • april (173)
      • december (1)
    • 2013 (65)
      • maart (4)
      • juni (8)
      • juli (13)
      • augustus (6)
      • september (15)
      • november (19)
    • 2012 (2)
      • september (1)
      • november (1)
 pagina 1 van 29  Ga naar de volgende pagina  29
sorteer op : relevantie - datum
Toevoegen aan mijn selectie
01

Verdrag betreffende de burgerrechtelijke aspecten van internationale ontvoering van kinderen art. 10 (Jeugdrecht, Relatierecht)
C: Kernproblematiek C.1: Verkorte procedure van het verzoek tot teruggeleiding Bij een internationale kinderontvoeringszaak is het in het belang van het kind om zo snel mogelijk duidelijkheid te verkrijgen omtrent de verblijfplaats van het kind. In

02

Verdrag betreffende de burgerrechtelijke aspecten van internationale ontvoering van kinderen art. 21 (Jeugdrecht, Relatierecht)
C: Kernproblematiek Bij de opstellers van het Verdrag leefdede gedachte dat internationale kinderontvoeringen voorkomen kunnen worden als het omgangsrecht op goede wijze wordt uitgeoefend. Zoals beschreven in het Toelichtende Rapport heeft het

03

Burgerlijk Wetboek Boek 10 art. 48 (Relatierecht)
C: Kernproblematiek C.1: Artikel 92 lid 3 Boek 1 BW Artikel 48 Boek 10 BW ziet op de werkingsomvang op het niveau van het ipr van artikel 92 lid 3 Boek 1 BW . Artikel 10:92 lid 3 beoogt een bescherming te bieden aan derden in het kader van

04

Burgerlijk Wetboek Boek 10 art. 42 (Relatierecht)
C: Kernproblematiek C.1: Inleiding De artikelen 42 tot en met 53 van afdeling 3, titel 3, Boek 10 BW betreffen het huwelijksvermogensrecht. Deze regels hebben hoofdzakelijk betrekking op huwelijken gesloten op of na 1 september 1992 (datum van

05

Burgerlijk Wetboek Boek 10 art. 52 (Relatierecht)
C: Kernproblematiek C.1: Afdeling 3: huwelijksvermogensrecht Artikel 52 lid 1 geeft aan dat de in deze afdeling opgenomen bepalingen van toepassing zijn op het huwelijksvermogensregime van echtgenoten die gehuwd zijn op of na 1 september 1992, de

06

Burgerlijk Wetboek Boek 10 (Commuun IPR) art. 42 (Relatierecht)
C: Kernproblematiek C.1: HR 10 december 1976,NJ1977, 275 m.nt. JCS Een van oorsprong Nederlandse, maar tot Amerikaan genaturaliseerde man, huwt in 1960 in Londen met een Française. Beide echtgenoten zijn zeer vermogend. Tot 1962 reizen zij veel, maar

07

Burgerlijk Wetboek Boek 10 art. 50 (Relatierecht)
C: Kernproblematiek C.1: Achtergrond Artikel 50 Boek 10 BW betreft de afwikkeling van het regime en de problemen die in het kader van het bewijs kunnen opkomen. In artikel 50 is artikel 10 Wet conflictenrecht huwelijksvermogensregime overgenomen.

08

Burgerlijk Wetboek Boek 10 art. 44 (Relatierecht)
C: Kernproblematiek Artikel 44 Boek 10 BW bepaalt dat de gevolgen van het huwelijksvermogensregime in de verhouding tussen een echtgenoot en een derde worden beheerst door het op het huwelijksvermogensregime toepasselijke recht. Artikel 44 is in

09

Burgerlijk Wetboek Boek 10 art. 43 (Relatierecht)
C: Kernproblematiek C.1: Achtergrond Nederland heeft bij de bekrachtiging van het Haags Huwelijksvermogensverdrag 1978 de verklaring van artikel 5 verdrag afgelegd, welke verklaring is neergelegd in artikel 2 van de Goedkeuringswet (Rijkswet van 20

10

Burgerlijk Wetboek Boek 10 art. 54 (Relatierecht)
C: Kernproblematiek C.1: Inleiding Boek 10 BW regelt de echtscheiding in Afdeling 4 van Titel 3, in de artikelen 10:54 t/m 59. Onder huwelijk wordt het in Boek 1 BW gehanteerde huwelijksbegrip verstaan, zodat de regeling ook geldt voor

11

Burgerlijk Wetboek Boek 10 art. 53 (Relatierecht)
C: Kernproblematiek C.1: Algemeen Dit artikel regelt de geldigheid van rechtskeuzes (een dergelijke rechtskeuze wordt in de literatuur wel aangeduid als de ‘vroege’ rechtskeuze) die zijn uitgebracht vóór de inwerkingtreding van de Wet conflictenrecht

12

Burgerlijk Wetboek Boek 10 art. 47 (Relatierecht)
C: Kernproblematiek C.1: Achtergrond Artikel 47 moet worden gezien in het kader van het verschijnsel van de aanknopingsovermacht, ook wel aangeduid als Näherberechtigung. Dit verschijnsel doet zich voor wanneer toepassing van een regel van

13

Burgerlijk Wetboek Boek 10 art. 51 (Relatierecht)
C: Kernproblematiek Artikel 51 betreft het toepasselijke recht op de verevening van pensioenrechten bij echtscheiding en echtscheiding van tafel en bed. Deze materie was voorheen geregeld in artikel 10a Wet conflictenrecht huwelijksvermogensregime,

14

Burgerlijk Wetboek Boek 10 45, 46 (Relatierecht)
C: Kernproblematiek C.1: Algemeen De artikelen 45 en 46 maken een uitzondering op de hoofdregel van artikel 10:44 BW , volgens welke regel het door het verdrag als toepasselijk aangewezen recht op het huwelijksvermogenregime, ook de

15

Verdrag betreffende de burgerrechtelijke aspecten van internationale ontvoering van kinderen art. 13 (Jeugdrecht, Relatierecht)
C: Kernproblematiek C.1: Toepasselijkheid van het artikel Artikel 13 is van toepassing op een internationale ontvoering van een kind naar het buitenland door een ouder, voogd of gezagsdrager. De achtergebleven ouder of voogd heeft een verzoek tot

16

Verdrag betreffende de burgerrechtelijke aspecten van internationale ontvoering van kinderen art. 26 (Jeugdrecht, Relatierecht)
C: Kernproblematiek Het eerste lid van artikel 26 stuitte niet op weerstand bij de voorbereiding van het Verdrag. Lid 1 bevestigt de afspraak tussen de verdragslanden dat iedere Centrale autoriteit zijn eigen kosten moet dragen voor de procedures met

17

Verdrag betreffende de burgerrechtelijke aspecten van internationale ontvoering van kinderen art. 12 (Jeugdrecht, Relatierecht)
C: Kernproblematiek C.1: Onmiddelijke terugkeer Het Haags Kinderontvoeringsverdrag is erop gericht de praktische en juridische consequenties van een internationale kinderontvoering ongedaan te maken door een zo spoedig mogelijk herstel van de

18

Verdrag betreffende de burgerrechtelijke aspecten van internationale ontvoering van kinderen art. 14 (Jeugdrecht, Relatierecht)
C: Kernproblematiek C.1: Recht van de gewone verblijfplaats Zoals duidelijk werd in het commentaar bij eerdere artikelen treedt een internationale kinderontvoering op bij schending van het gezagsrecht van het land van de gewone verblijfsplaats van

19

Verdrag betreffende de burgerrechtelijke aspecten van internationale ontvoering van kinderen art. 3 (Jeugdrecht, Relatierecht)
C: Kernproblematiek C.1: Inleiding Artikel 3 van het Kinderontvoeringsverdrag stelt de definitie van een internationale kinderontvoering vast. Artikel 3 spreekt over overbrengen of niet doen terugkeren van het kind. Een overbrenging door de

20

Verdrag betreffende de burgerrechtelijke aspecten van internationale ontvoering van kinderen art. 4 (Jeugdrecht, Relatierecht)
C: Kernproblematiek C.1: Leeftijdsgrens van het kind Een van de vereisten die leiden tot toepasbaarheid van het Verdrag is dat het kind jonger dan zestien jaar moet zijn. De leeftijdsgrens wordt zeer strikt toegepast. De reden is gelegen in het

 pagina 1 van 29  Ga naar de volgende pagina  29